Artikelen

Hieronder een brief aan de minister van Volksgezondheid mw. Edith Schippers opgesteld door de voorzitters van de AVIG (Artsenvereniging Voor Integrale Geneeswijzen) en PPCG (Patiënten Platform Complementaire Geneeswijzen). Schippers legde eenzijdig een BTW-heffing op van 21% op alle complementaire geneeskunde. Schippers rechtvaardigt de BTW-maatregel met het argument dat reguliere geneeskunde bewezen is en complementaire geneeskunde onbewezen. In de onderstaande brief wordt duidelijk dat we te maken hebben met een vooringenomen minister wiens argumentatie volledig onderuit gaat. 

Wehl, maart 2014

Zeer geachte mevrouw Schippers, geachte leden van de vaste Kamercommissie Volksgezondheid

Betreft: bewezen effectieve geneeskunst

Het bericht van Ellen de Visser in de Volkskrant van zaterdag 22 februari jl. is u natuurlijk niet ontgaan: van 50% van de behandelingen van artsen in de zorg is niet wetenschappelijk onderzocht/aangetoond of/dat ze werken. Het gaat hier over de regulier erkende geneeskunde. Dit is bepaald schokkend voor wie de afgelopen jaren de minister van VWS te pas en te onpas hoorde vertellen dat geneeskunde wetenschappelijk bewezen dient te zijn. Een groot aantal patiënten wist overigens e.e.a. al veel langer uit ervaring: veelal is dat de reden dat men met aanhoudende klachten na regulier geneeskundige consultatie aanklopt bij artsen met een plus die een wat andere blik hebben en een wat breder palet aan behandelingsmogelijkheden, zoals de Artsen Voor Integrale Geneeskunde. Deze artsen met een plus hanteren namelijk eveneens een reguliere aanpak, maar indien deze geen soelaas biedt (en dat gebeurt nogal eens bij vooral chronische aandoeningen) kan men behandelmethoden aanbieden die in andere Westerse landen tot het regulier geneeskundige repertoire behoren, maar die in Nederland op voorhand worden weggezet als ‘alternatief’ of ‘kwakzalverij’. Overigens niet door patiënten, maar door een deel van de gevestigde orde. Deze artsen+ combineren reguliere geneeskunde met wat veelal bekend is onder de noemer CAM.

In de Volkskrant gaat het over erkende medische behandelingen, gefinancierd uit de door patiënten betaalde basisverzekering. Volgens het artikel is dus de helft van wat nu in ziekenhuizen gebeurt niet wetenschappelijk onderzocht, maar berust op traditie, gezond verstand, intuïtie, empathie, risicomijding, ambitie, eerzucht en zelfs bedrijfseconomische factoren.

Maar hoe zit het met de effectiviteit van geneeskunst, regulier en CAM, wanneer deze wel is onderzocht? Bij Pubmed zijn meer dan 130.000 wetenschappelijke artikelen over CAM te vinden, een sterke vermeerdering van kennis in relatief korte tijd. Daarnaast is er het 10 jaar geleden verschenen onderzoek van het Cochrane Instituut naar effectiviteit van reguliere geneeskunde (Conventional Medicine) en CAM. Daaruit blijkt dat de effectiviteit gelijk opgaat, maar dat het met de veiligheid van de reguliere behandelmethoden aanmerkelijk slechter is gesteld dan met de veiligheid van CAM- behandelmethoden:i

Medisch specialisten in de VS, maar ook in Nederland willen volgens het Volkskrantartikel nu alle behandelingen wetenschappelijk gaan onderzoeken waarvoor op dit moment de wetenschappelijke basis ontbreekt. Op den duur blijven dan alleen behandelingen over met een stevige wetenschappelijke onderbouwing, zo is de gedachtegang. Een terechte gedachtegang, maar dat plan zal heel veel tijd en geld gaan kosten, aangenomen dat het haalbaar is.

In het verlengde van de hierboven genoemde Cochrane analyse, is er een publicatie in Clinical Evidence (dochtertijdschrift van de British Medical Journal, één der meest gezaghebbende medische

 

(possible) effect

No effect

Harmful

Conventional medicine 2001

41.3%

20%

8.1%

CAM 2004

38.4%

4.8%

0.69%

page1image36624page1image36784page1image36944

tijdschriften ter wereld) uit 2010. Die gaat over een onderzoek naar de effectiviteit van 3.000 verschillende, erkende medische behandelingen (zie diagram). Volgens de geldende wetenschappelijke spelregels bleek slechts 11% van deze behandelingen bewezen effectief. 24% was ‘mogelijk effectief’. Van het grootste deel van de onderzochte behandelingen (50%) was niets bekend over effectiviteit. 

Dergelijke gegevens lijken schokkend, maar werden voor wat betreft de huisartsgeneeskunde ook al in 2012 vermeld door bijvoorbeeld het Hoofd van de NHG afdeling richtlijnontwikkeling. Hij schreef daar: „Slechts 20 tot 25 procent van de behandelingen die wij in onze standaarden opnemen, zijn bewezen met RCT’s.”iii

Daarom de vraag: wanneer gaat het ministerie van VWS voor het echte patiënten belang en laat het de patiënt de keuze tussen welke behandeling deze wenst te ondergaan wanneer de effectiviteit gelijk is tussen in Nederland erkende en niet erkende behandelwijzen?iv

De algemene opvatting in medische kringen luidt dat echte geneeskunde wetenschappelijk is bewezen. Dit geloven veel patiënten ook, maar helaas is het niet altijd waar. Dit ideaalbeeld is zelfs verre van realistisch.

De Overheid maakte in 2013 een dubbele fout door op CAM-behandelingen die door artsen worden aangeboden 21% btw te doen laten heffen: de Overheid mag zich niet mengen in de keuzevrijheid van de patiënt en de Overheid kan geen partij zijn in een wetenschappelijk debat. De btw-heffing geldt uitsluitend voor behandelingen van artsen die zich hebben bekwaamd en nageschoold (let wel) in CAM-behandelmethoden. Dit is een zuivere vorm van ongelijke behandeling binnen de artsenberoepsgroep. De reden om btw te heffen berust namelijk op de fictie dat er binnen de geneeskunst een uniform paradigma zou gelden op grond van wetenschappelijk bewijs en dat de diensten van complementair / integraal werkende artsen zich zouden baseren op niet wetenschappelijk bewezen geneeskunst en hun reguliere opleiding zouden verloochenen.

Echter, volgens de hier aangehaalde twee meest gezaghebbende bronnen van dit moment, is zowel reguliere geneeskunde als CAM in ruim de helft der gevallen niet bewezen en CAM wordt in de landen om ons heen gewoon erkend en btw-heffing komt nergens voor. Hier geldt dus gewoon het in de grondwet verankerde gelijkheidsbeginsel waarbij de Nederlandse Overheid iedere burger (wettelijk) gelijke rechten toekent en een gelijke behandeling in gelijke gevallen. En daarom verzoeken wij de Overheid om deze heffing zo spoedig mogelijk in te trekken. Het belang van de patiënt is ermee gediend en dat is toch ook uw belang?

Btw wordt volgens de wetgever geheven omdat de behandelaar/arts consulten verricht waarvoor hij niet is opgeleid in het kader van zijn BIG-registratie als arts. Een arts is opgeleid hoe tot een behandelplan te komen (door anamnese, onderzoek, diagnosestelling) en in overleg met de patiënt te komen tot een behandelplan. Dat geldt voor elke arts, of deze nu volgens VWS tot een reguliere of niet-reguliere behandeling komt.

Wij verzoeken de Overheid, op grond van het bovenstaande, om voorrang te geven aan de keuzevrijheid van de patiënt wiens gezondheid in het geding is. Er is voor haar geen wetenschappelijke of wettelijke grond om de patiënt een keuze op te leggen voor de regulier geneeskundige behandeling of om die keuze – al dan niet met belastingmaatregelen – te beïnvloeden. Nederland is geen eiland, ook niet op geneeskundig gebied. De Overheid kan nu met een duidelijke beleidswijziging tonen dat zij daadwerkelijk boven de partijen staat. Dat is dan een indirect pleidooi voor integratie van de geneeskunde die het patiënten belang dient.

Met vriendelijke groet,
Dr. R. Seldenrijk, voorzitter PPCG (Patiënten Platform Complementaire Gezondheidszorg) Drs. W.J.G.M. Verest, voorzitter AVIG (Artsenvereniging Voor Integrale Geneeskunde)

i Ezzo J, Bausell B, Moerman DE, Berman B, Hadhazy V, “Reviewing the reviews. How strong is the evidence? How clear are the conclusions?” In: Int J Technol Assess Health Care jr. 17 nr. 4 pag. 457– 466 (2001). PMID 11758290; Committee on the Use of Complementary and Alternative Medicine by the American Public. “5 State of Emerging Evidence on CAM: Cochrane Review Evidence for CAM”. Complementary and Alternative Medicine in the United States. 2005. Washington DC: The National Academies Press. pag. 135–136. ISBN 978-0-309-09270-8

ii http://clinicalevidence.bmj.com/x/set/static/cms/efficacy-categorisations.html
iii Jacob Burgers in: M. Vermeulen, ‘Driekwart van de behandelingen is niet bewezen’. In NRC next d.d. 12 september 2012
iv Een en ander refereert sterk aan de door ons opgestelde agenda voor ons gesprek met minister Schippers op 24 januari 2012.
v Op dit moment van schrijven – ruim 14 maanden na de invoering van de btw-heffing – is er overigens nog steeds geen duidelijkheid over wie wanneer btw moet heffen en heeft de Belastingdienst nog steeds geen vaststellingsovereenkomst (VSO) omtrent de bezwaarschriftenprocedure tegen de btw met de betreffende Artsenorganisaties afgesloten. De Belastingdienst eist o.a. dat onze leden moeten afzien van een grondrecht, nl. afzien van gerechtelijke procedures tot schadeloosstelling indien de bezwaren gegrond worden verklaard

 ——————————————————————————————————————————————————————————————————–

Over Zout

 Hieronder een artikel van de Amerikaanse arts David Katz over het gebruik van zout:

We have long had abundant reason to believe that most of us living in the modern world consume too much sodium, and would benefit from consuming less. But whether the topic is salt, or saturated fat, or calories, or even the health effects of consuming vegetables and fruits- saltation (the jumping from one position to another) seems to be the prevailing inclination in modern nutrition. Certainly it is the inclination that predominates in the popular press. Salt is just the latest nutrient to get caught up in that proclivity.

This isn’t the first time salt claimed its 15 minutes of notoriety. Just less than a year ago, I was prompted to address this issue by an IOM report questioning the gospel of “less is better” with regard to sodium intake. Two recent studies compel me to revisit the topic now. For those who like the punch line up front, I can tell you my conclusion is much as it was. I remain convinced that most of us consume too much salt, and would benefit from reducing our intake. And yes, of course, it’s possible to consume too little.

Of the two recent studies on salt intake and health outcomes, predictably the one that challenged the prevailing view garnered more media attentionThat study, published in theAmerican Journal of Hypertension in early April, was a meta-analysis examining sodium intake in populations around the world and its association with both all-cause mortality and cardiovascular disease.

The authors concluded that mortality and heart disease rates were higher among those with both low and high sodium intake, and lower for those with intake in the middle range. Because dietary guidelines from the relevant authorities, including the IOM, the CDC, and the USDA all emphasize a reduction in our customarily excessive salt intake, the more provocative message in this study was the potential danger in consuming too little. So “salt guidelines are too low” was the common pop culture assessment.

But there are a few problems with that conclusion. First, as the study authors stated, the increased risks of both heart disease and mortality were greater with high sodium intake, than with low. So if we were ranking our concerns based on this study alone, excess sodium would still be the bigger problem.

Second, the authors noted their meta-analysis was based almost entirely on observational, not intervention trials. This meant studies simply looked at variation in sodium intake and compared that to variation in health outcomes. Studies like that beg the question: what accounted for the sodium variation in the first place? Some health conscious people may have a very low intake of sodium, but others likely to land there are people with maladies affecting the heart or kidneys, people who are under-nourished for any reason, and so on. The authors attempted to account for such considerations, but acknowledged a limited ability to do so. In other words, this study had limited capacity to tell us whether low sodium intake resulted in poor health, or whether poor health resulted in low sodium intake. Chances are there was some of both in the mix.

The more recent study, just published on-line in the British Medical Journaltook headlines in the opposite direction: too much sodium is the problem after all. For this study, investigators tracked dietary patterns, including sodium intake, and sodium excretion, in representative samples of the population of England. Over the past decade, they tracked a number of dietary changes, and conducted analyses to determine the association of each with health outcomes. The particularly noteworthy findings were a reduction in sodium intake and excretion, associated with a population-wide reduction in mean blood pressure, in turn associated with a marked reduction in the mortality rate from both stroke and heart disease.

This study is subject to limitations of its own. But it does not suffer the problem of temporal association that bedevils the first. The gist is clear: a population-wide reduction in sodium intake over the past decade is almost certainly at least part of the reason for a population-wide reduction in blood pressure, and cardiovascular mortality.

But conclusions about sodium in our diets should not be based on any one study, whatever its strengths or weaknesses, but rather the overall weight of evidence. That remains rather clear. Average sodium intake levels in the U.S. and much of the modernized world are higher than advised. Intervention studies, such as DASH, that have lowered levels to approximate prevailing guidelines, have lowered blood pressure as a result. Blood pressure reduction in turn has been strongly and consistently associated with reduced risk of both heart disease and stroke.

But there is more. Paleo diet enthusiasts rightly note that our native dietary intake pattern is likely to be “good” for us, since it is the pattern to which we are adapted. That adaptation is a powerful influence– it’s why koala bears should eat eucalyptus leaves, and lions should eat wildebeest. It stands to reason that adaptation is relevant to our species as well. There are many implications of “native” eating for Homo sapiens, but one of them is a much higher intake of potassium than sodium. The modern diet typically reverses this ratio. Arguments for sodium reduction thus derive from both modern science, and paleoanthropology.

Finally, the source of sodium is a relevant consideration. Roughly 80% of the sodium in the typical American diet comes not from personal use of a salt shaker, but from salt processed into our food before ever we get our hands on it. This implies that sodium intake tends to come down with consumption of less processed foods overall. While reduced sodium intake is likely beneficial in such context, the context of a less processed diet is apt to be beneficial in a variety of ways. With sodium, as with other nutrients of concern, if we get the foods and dietary pattern right, nutrients tend to take care of themselves.

Of course, the contention that we should reduce ambient sodium intake not by focusing on sodium, but by eating “food, not too much, mostly plants,” invites the customary rebuttals: that’s elitist, unrealistic, too expensive, and too hard. I disagree with these assertions, and have addressed them in very practical terms. My group has studied the costs of trading up to better, less processed, and among other things, less salty options in any given food category, and found that it can generally be done without spending more money. We have developed and studied a nutrition guidance system and a free food label literacy program, showing that both can help people get there from here. Of importance to everyone who isn’t a card-carrying member of the foodie elite, it is possible to trade up nutrition (and dial down sodium) without swapping out chips for chard; it’s possible to make meaningful progress by eating better chips.

Sodium is an essential nutrient; of course we could, in principle, eat too little. We could, as well, drink too much water. Or exercise too much. Or sleep excessively. Or spend too much time fortifying bonds of friendship. I suppose we might devote too much of each day to hugging.

But really, what are the odds? We sleep and hug too little, work and stress too much. The theoretical dangers of overshooting are not a good reason to neglect what is currently broken.

Average sodium intake in the U.S. hovers well about 3,000mg per day. While there is legitimate debate about health effects at levels below 2,300 mg per day, there is little about levels between here and there. Just to hit the targets in which we do have confidence, we have a long way to go. So it seems very premature to start encouraging people to worry about overshooting.

The prevailing fashion in nutrition, if not all of health news, is contrarianism. Cutting back on salt was yesterday’s news. If today’s news were the same as yesterday’s news, we might not be confused, and desperately in need of tomorrow’s news to help sort it all out. We can’t have that! So as never before, contrarians and iconoclasts own the headlines.

But they don’t really own the science, which is, as ever, a product of the gradual accumulation of data and genuine understanding over time– not the single study that grabs 15 minutes in the spotlight. And they don’t own our common sense- which should tell us that worrying about doing too much is not a good reason to avoid doing enough.

The saltatory headlines notwithstanding, an excess of sodium is the salient, clear, and present danger for modern societies. While allowing for the hypothetical hazards of going too far, we should focus for now on fixing what we know to be broken.

 

-fin

Dr. David L. Katz is editor-in-chief of the peer-reviewed journal, Childhood Obesity, and President of the American College of Lifestyle MedicineHe is the author of Disease Proof, and most recently, of the epic novel, reVision.

 

 ——————————————————————————————————————————————————————————————————–

  • Over Water:

          Hoe zuiver is het kraanwater dat we drinken? En mineraalwater?

  • Minder zon? Meer Vitamine D3!

          Hoe bouw je weerstand op voor de winter?

 
        Water

          Water is  een voorwaarde voor leven.
          Zuiver water is een voorwaarde voor vitaal leven.

 
Wij bestaan voor driekwart uit water. We verliezen water door zweten, de ademhaling, de ontlasting en met de urine.
De totale  hoeveelheid water houden we op peil door te drinken en voedsel te eten wat vocht bevat, dat zijn vooral fruit en groente.
 
Rol van water
Eindelijk komt er meer onderzoek naar water. Aanvankelijk werd aangenomen dat water slechts een transportfunctie vervulde.
Een vloeistof nodig om diverse voedingsstoffen zoals zouten en glucose in op te lossen om deze vervolgens naar de organen en weefsels te vervoeren.
En tevens afvalstoffen op te nemen om deze af te voeren.
Nu zijn er nieuwe veronderstellingen dat water behalve oplosmiddel en vervoerder ook nog een heel andere functie heeft nl. die van informatie-drager. Daarmee krijgt water een meer “intelligente” rol als deel van de complexe communicatie in ons lichaam.
 
Onderzoek
Heel bekend zijn de tot de verbeelding sprekende experimenten van de Japanner Emoto. Hij stelde water bloot aan verschillende trillingen die dan door het water als informatie gecodeerd werden. Vervolgens kan deze opgeslagen informatie weer zichtbaar worden gemaakt in de vorm van “boodschappen”.
(boek van Emoto: “Messages of Water”).
Emoto speelde muziek af van Bach, maar ook een toespraak van Hitler. Vervolgens werd het water bevroren en microscopisch bekeken. De  ijskristallen die ontstonden uit het “Bach-water” vormden harmonische patronen.
De “Hitler-versie” toonde chaos. Er was kritiek op de aanpak van Emoto, die zou niet voldoen aan de eisen van wetenschappelijk onderzoek.
Maar die kritiek was er niet op de methodisch veel strakker uitgevoerde experimenten van prof. William Tiller.(voormalig hoofd van de “Materials Science” afdeling van de Stanford Universiteit, een soort TNO-instituut).
 
Water als informatiedrager
Tiller liet zien dat water onze intenties kan opnemen. Bvb. de wens om de zuurgraad van water te verhogen of te verlagen. Elke keer kon Tiller aantonen dat er een interactie is tussen wat wij denken (wensen) en de eigenschappen van water. Dit opent een heel nieuwe manier van kijken naar ziekte en gezondheid. Immers wij bestaan voor het grootste deel uit water! Er is natuurlijk nog heel veel onderzoek nodig om te ontdekken hoe precies de relatie is tussen wat we denken en voelen enerzijds en de veranderingen in ons fysieke lichaam anderzijds. 
 
Nu is mijn veronderstelling dat de verschillende functies van water beter tot hun recht komen als het water zuiver is.
En omgekeerd zal de detox-functie, de transportfunctie en de boodschapper-functie meer gestoord en belemmerd zijn als we te maken hebben met vervuild water.
Anders gezegd: Vervuild water veroorzaakt chaos in ons interne milieu.
Bovendien kan smerig water ons lichaam onvoldoende reinigen. Het vormt dan eerder een belasting.
 
Zuiverheid
Een belangrijke vraag lijkt dan ook: Hoe zuiver is ons drinkwater?
Het blijkt dat daar regelmatig onderzoek naar wordt gedaan. En uit dat onderzoek komt naar voren dat ons kraanwater alles behalve zuiver is. Afhankelijk van de plek waar het onderzoek wordt uitgevoerd blijken er in ons drinkwater veel stoffen te zitten die onze gezondheid kunnen schaden. Maar de resultaten van dat onderzoek worden vaak afgezwakt  met allerlei “geruststellende” meningen die er op neer komen dat het allemaal wel meevalt.
 
Medicijnen uit de kraan! Proost!
Wat zit er dan in ons drinkwater wat er niet in hoort?
Medicijnen: Zoals pijnstillers, antidepressiva, anti-epileptica, antibiotica, astmamiddelen, hart-medicatie (o.a. statines, dat zijn middelen die het cholesterol gehalte in het bloed verlagen) enz. enz.
De sussende woorden van de gezondheidsautoriteiten zijn samen te vatten met: Het gaat om slechts kleine hoeveelheden van deze stoffen!
Maar wat als er meer dan 50 verschillende medicijnen in zitten? Er is niets bekend over de lange termijn effecten van lage doseringen van deze medicatie en nog minder over de interactie van zoveel middelen tezamen.
 
Naast medicatie zijn er ook pesticiden, herbiciden en fungiciden aangetroffen in drinkwater. Om ons gerust te stellen heeft men deze vaak zeer giftige stoffen een andere naam gegeven. In plaats van ze gewoon bestrijdingsmiddelen te noemen zijn ze omgedoopt tot de meer vriendelijke naam: gewasbeschermingsmiddelen. Een duidelijke vorm van taalvervuiling.
Het lukt de waterzuiveringsbedrijven niet om deze stoffen uit het water te halen. Overigens wordt het gedeelte van de landbouwvergiften en medicijnen die wel verwijderd worden in de meeste gevallen geloosd in het opervlaktewater. (meren, rivieren, zee)
 
Bacteriën, virussen en parasieten komen ook voor in drinkwater en de klassieke manier om dit te bestrijden is een chloorbehandeling. Dit doodt de meeste microben maar niet allemaal. Tevens is er een risico dat het chloor zich verbindt met bepaalde organische verbindingen, bvb. THM’s, de trihalomethanen. Deze zijn carcinogeen en kunnen blaas-, darm-, en alvleesklier-kanker veroorzaken evenals hersentumoren.
Uit Amerikaans onderzoek bleek dat vrouwen die kraanwater dronken met een relatief hoge concentratie THM’s, significant meer miskramen kregen en er meer geboorteafwijkingen optraden bij hun kinderen.
 
Wat te doen?
Een mogelijke oplossing is om zelf je drinkwaterzuivering ter hand te nemen. Miljoenen mensen doen dat al.
Er zijn verschillende methoden in gebruik: Filterkannen, omgekeerde osmose en waterdestillatie. Een korte bespreking  van elk volgt nu.
 
Filterkannen 
Deze worden veel gebruikt, ze zijn handig, energiezuinig en goedkoop in de aanschaf.
Principe is een actief koolfilter. Nadeel is dat ze slechts een beperkt deel van de rotzooi verwijderen. Als je dus geen hoge eisen stelt aan het eindproduct is deze oplossing wellicht het meest geschikt.
Prijs vanaf 20 eu. Elke 8 á 12 weken filter vervangen vanaf 5 eu.
Tip: Geef de voorkeur aan glazen kannen ipv. plastic en vervang tijdig het filter.
 
Omgekeerde Osmose
Het gaat hier meestal om inbouwmodellen voor onder een gootsteen.
Ze werken op de druk in de waterleiding en zijn daar dus ook altijd op aangesloten. Je kan ze dus niet gemakkelijk verplaatsen.
Principe is een zeer fijnmazige hightech membraan, die alleen de watermoleculen laat passeren. Dit werd ontwikkeld in de ruimtevaart door NASA, zodat de astronauten hun urine konden recyclen.
Nadeel is dat er kleine microscopische beschadigingen kunnen ontstaan in het membraan, waardoor toch weer schadelijke stoffen het filter kunnen passeren. Om te weten of je eindproduct echt zuiver is zou je regelmatig een controle meting moeten uitvoeren, in de praktijk doe je dat meestal niet als particulier.  Verder ligt de prijs van het apparaat rond de 1000eu.
Voor elke liter gezuiverd water lopen er diverse liters in de gootsteen.
Er wordt dus water verspild. 
Wij hebben zelf zeker 10 jaar zo’n systeem gebruikt en stonden altijd met grote verbazing te kijken als het apparaat een halfjaarlijkse servicebeurt kreeg: Dan kwam er zeker een pond zwarte drab uit, ondanks de auto-matische spoelbeurten. De nieuwere versies verspillen minder water.
 
Destillatie
Waterdestillatie volgt de natuurlijke water kringloop: De zon verwarmt het water in de zee, de meren en rivieren. Het water verdampt, stijgt op en bij afkoeling condenseert het water en valt neer als regen.
Regen, sneeuw, hagel, mist en dauw zijn allemaal voorbeelden van gedestilleerd water. Alleen is regen niet meer bruikbaar in deze tijd door de vaak forse luchtvervuiling. Deze vervuiling komt immers samen met de regen naar beneden.
 
Nabootsen van de natuurlijke watercyclus
Maar we kunnen de natuurlijke water-cyclus zelf nabootsen met een apparaat dat het water verwarmt, zodat het verdampt. Vervolgens wordt de waterdamp afgekoeld, waardoor deze condenseert (weer vloeibaar wordt). Het zuivere water wordt dan opgevangen in een verzamelvat.
Deze procedure levert zeer schoon water op en is onafhankelijk van de kwaliteit van een filterproces: Met koolstof of een membraan.
Alle stoffen met een kookpunt boven de 100 graden Celsius gaan niet in de damp vorm over en komen dus niet in het eindproduct, je zuivere drinkwater.
Dat betekent dat je alle metalen zoals koper en ijzer en ook de zware metalen zoals kwik, cadmium, lood etc. eruit haalt. Dat geldt ook voor alle anorganische mineralen zoals calcium, magnesium, natrium enz.
De mogelijke aanwezigheid van stoffen met een kookpunt onder de 100 graden worden opgevangen in een koolstoffilter.
Deze methode heeft eigenlijk maar één nadeel: Het verdampen van het water brengt energiekosten met zich mee.
We laten de deelnemers aan de workshops over “vitaliserende voeding” het gedestilleerde water proeven. De meeste mensen vinden het heerlijk, vooral omdat het zo heel zacht is. We laten ze ook de stinkende bruine troep zien die achterblijft in het opwarm-vat. Velen kunnen zich maar moeilijk voorstellen dat er zoveel viezigheid zit in slechts drie liter water. (dat is de hoeveelheid die per keer wordt gedestilleerd). Lang leve het beroemde Haagse duinwater!
Een goed destillatieapparaat bestaat uit roestvrij staal en het opvangvat hoort van glas te zijn. Vooral geen plastic!
 
Voordelen van zuiver water
Het vanzelfsprekende voordeel van zuiver water is, dat het vrij is van giftige, carcinogene stoffen zoals zware metalen en ook vrij is van slecht smakende chemicaliën zoals chloor etc.
En natuurlijk ook dat er geen, door anderen uitgeplaste, medicijnresten meer in zitten, waar we niet om gevraagd hebben.
 
Mineralen: Organisch versus Anorganisch
Water verkregen door destillatie en omgekeerde osmose is ook ontdaan van alle anorganische mineralen zoals die voorkomen in mineraalwater en kraanwater. En dat is, in tegenstelling tot wat veel mensen denken, een voordeel, want ons lichaam kan niets met deze anorganische mineralen. We eten toch geen grind of krijt? Dan moeten we het ook niet drinken!
Dat mineralen bv. calcium in ons drinkwater gezond is, wordt vooral beweerd door mensen die mineraalwater verkopen.
Maar het gunstige effect van mineraalwater is nooit aangetoond en dat zogenaamde gezonde mineraalwater uit “natuurlijke bronnen” bevat ook ongewenste toxische stoffen zoals bv. arsenicum. Een ander nadeel is dat tegenwoordig vrijwel alle mineraalwater in plastic flessen zit. En dat een deel van deze, voor mensen giftige plasticverbindingen (bv. ftalaten) in het mineraalwater terechtkomen.
 
 
Waar halen we onze mineralen vandaan?
Zij die mineraalwater promoten gaan ervan uit dat we onze mineralen ook uit water moeten halen.
Maar dat is een sprookje: We halen onze mineralen niet uit drinkwater maar uit voeding, met name uit fruit, groenten, noten, volle granen etc.
De meeste mineralen in natuurlijke verse voeding zijn gebonden aan een “drager” die voorkomt dat het mineraal neerslaat. Die drager kan een eiwit zijn of een koolhydraat. Er zijn bepaalde stoffen, denk aan ijzer, zink, fluor, vanadium etc. die in hun vrije vorm heel schadelijk zijn. Een mooi voorbeeld daarvan was toen aan Kelloggs Cornflakes “vrij ijzer” werd toegevoegd. De mensen die dat aten werden acuut heel beroerd. Maar in een organisch gebonden vorm kunnen we deze stoffen veilig opnemen.
De biologische beschikbaarheid van organisch gebonden mineralen en de opneembaarheid is heel goed.
In tegenstelling tot bv. anorganisch calcium: Probeer maar eens krijt op te lossen in water. Dat lukt bijna niet.
Na enkele decennia bestrijding van botontkalking met het slecht oplos-bare calcium-carbonaat of calcium-fosfaat, bleek deze reguliere therapie veel schade te doen. Het gaf nauwelijks verbetering van de botdichtheid (wat het doel was) tegenover een forse toename van de kans op een hartinfarct door aderverkalking.
Je kan dus niet iemand volgieten met slecht oplosbare vormen van kalk en dan hopen dat zijn botten sterker worden.
Als je in je dagelijkse voeding de nadruk legt op het gebruik van groenten en fruit dan kan je er op rekenen dat je voldoende mineralen binnenkrijgt.
Een mogelijke uitzondering is magnesium. Dit moet soms worden aangevuld met een supplement. Magnesium werkt ontspannend op alle spieren en daar hebben we in onze opgeschroefde samenleving kennelijk een verhoogde behoefte aan. Het helpt tegen spierkramp, hoge bloeddruk en andere stress gerelateerde aandoeningen.
Een ander mineraal dat zinnig is om aan te vullen is selenium, in dit geval omdat de Nederlandse landbouwgrond arm is aan dit sporenelement.
 
Conclusie:
Ons kraanwater is niet schoon!  (En mineraalwater ook niet!)

Het zelf zuiveren van kraanwater is veilig en het reduceert de toxische belasting die anders zou ontstaan door het drinken van vervuild water.
 
Er is geen recent onderzoek waar over langere tijd groepen mensen worden vergeleken die zuiver water drinken versus kraanwater.
Toch kun je met je boerenverstand bedenken dat het drinken van met medicijnen of zware metalen vervuild water, je lichaam en geest geen goed zullen doen.
 
Welke waterbehandeling is het beste?
Er is veel geschreven over het gebruik van verschillende apparaten om de kwaliteit van kraanwater te verbeteren. De meeste verhalen zijn niet onderbouwd met studies en worden bovendien geschreven door mensen die baat hebben bij de verkoop van een bepaald apparaat.
 
Na 30 jaar ervaring met vrijwel alle soorten apparaten gebruiken wij nu een simpel en degelijk destillatie apparaat.
Dat levert heel zuiver en zacht water. Water waarvan je zeker weet dat het niet verontreinigd is.
Voordeel is dat de kwaliteit niet afhankelijk is van een filter.
Mocht je behoefte hebben aan een concreet advies over een geschikt apparaat,  stuur dan een mailtje naar:  info@moeiteloosgezond.nl
 
 
 De dagen worden korter: Minder Zon. Vul je vitamine D3 aan!
 
In Nederland is weinig zon en als die zon er is zitten we vaak binnen.
Of we zijn wel buiten maar het grootste deel van onze huid is bedekt door kleding. Dan kan er geen D3 worden
Vitamine D3 onderzoekers hebben uitgerekend dat als je enige vit D bron  zonneschijn is, je dan moet voldoen aan de volgende voorwaarden om er voldoende van aan te maken in de huid:
 
1. Tussen 10.00 en 14.00hr. (de zon maakt dan de beste invalshoek) gedurende 30 a 40 minuten buiten zijn. Elke dag.
2. En 40% van je huid moet dan onbedekt zijn.
 
Dat gaan we dus in ons klimaat echt niet redden.
 
Hoeveel vitamine D3 hebben we nodig?
Voor een volwassene van ongeveer 70 kilo, adviseer ik om iedere dag 5000 IE (internationale eenheden) vitamine D3, te nemen.
Laat dan na 3 maanden je vitamine D3 spiegel een keer bepalen.
5000 Eenheden klinkt veel, maar omgerekend komt het neer op een klein uurtje zonneschijn.
Voldoende D3 beschermt ons tegen kanker, hart- en vaat-ziekten, ziekte van Alzheimer, Multipele Sclerose, etc.
Als je een chronische ziekte hebt kan het zinvol en nodig zijn om veel meer vit.D3 te gebruiken, doe dit altijd in overleg met een arts.
Doseringen voor kinderen: Raadpleeg een orthomoleculaire arts.